Oplossing voor de 3 meest voorkomende pechgevallen op vakantie

De wegenwacht heeft tijdens de vakantie te maken met drie veel voorkomende pechgevallen. Wij delen deze drie zodat jij ze misschien kunt voorkomen en weet wat je moet doen wanneer je ermee te maken krijgt.

#1. Verkeerd gebruik van de koppeling

Veel pechgevallen ontstaan door verkeerd gebruik van de koppeling tijdens lange ritten. Wanneer je in een file staat of door bergen rijdt, probeer je vaak wielspin of schokken te voorkomen. Dit doe je door de koppeling een klein beetje op te laten komen. Als je dit een lange tijd doet, wordt de koppeling te heet of kan die gaan roken en stinken.

Wanneer dat gebeurt, hoef je niet gelijk de pechhulp te bellen. Meestal is een half uurtje afkoelen langs de weg (bijvoorbeeld een parkeerstrook) genoeg om daarna weer door te kunnen rijden. De lucht van de verhitte koppeling kan nog wel even aanhouden. Je kunt daarna nog wel naar een garage gaan. Maar als de koppeling nog normaal aangrijpt, hoeft die niet vervangen te worden.

De pechhulp geeft het advies om de koppeling ‘ruw’ op te laten komen. Je kunt beter de banden even laten slippen dan de koppeling.

#2. Verkeerde bandenspanning

Wanneer je met de auto op vakantie gaat, is deze vaak helemaal volgeladen. Het is belangrijk dat je dan weet welke bandenspanning je moet hebben. Vaak zit er aan de binnenkant van de dorpel of de tanktop een sticker met daarop door de fabrikant aangegeven welke bandenspanning je nodig hebt voor welke belading. Dit staat tevens in het instructieboekje van de auto. Vooral de spanning van de achterbanden is belangrijk.

#3. In de verkeerde versnelling door de bergen rijden

Je rijdt natuurlijk het liefst zo zuinig mogelijk. In Nederland kun je prima 70 of 80 km/u in de vijfde versnelling rijden. Dit geldt echter niet op vakantie. Dit kan voor een volbeladen auto door de bergen al te veel zijn. Hierdoor loopt de motor warm of begeeft de motor het. Veel Nederlanders staan zo met pech langs de weg.

De pechhulp adviseert om de auto niet in de vijfde versnelling omhoog te laten zwoegen. Je kunt dan beter even terugschakelen naar de vierde of derde versnelling en meer toeren draaien. Bergafwaarts gebruik je dezelfde versnelling als omhoog. Rij je bijvoorbeeld in de tweede versnelling de berg op, dan ga je ook in de tweede versnelling naar beneden. Hierdoor remt de auto op de motor en spaar je de remmen.

Wij hopen dat deze tips helpen en je een zorgeloze autovakantie hebt! Goede reis!

Comments are closed.