Controleer jouw autoverlichting in 2 stappen

Je hebt niet altijd direct door wanneer jouw autoverlichting het niet meer doet. Je stapt eigenlijk zonder erbij na te denken je auto in en rijdt weg. Als je voorlampen het niet meer doen, heb je het waarschijnlijk sneller door dan je achterlampen. Toch is het erg gevaarlijk als je autoverlichting het niet meer doet.

Een kapotte lamp vermindert je zicht en zorgt ervoor dat andere weggebruikers jou niet meer kunnen zien. Daarom is het belangrijk om reservelampen in je auto te hebben. In zo’n set heb je vaak ook lampjes voor de richtingaanwijzers (deze kunnen ook kapot gaan namelijk). Nog een ander voordeel van een reserveset: als de politie je aanhoudt omdat jouw verlichting het niet doet, zal hij je niet bekeuren als je het lampje ter plekke vervangt.

Controleer jouw autoverlichting in 2 simpele stappen:

Stap 1

Zorg dat je met z’n tweeën bent. Doe de verlichting van je auto aan en blijf in de auto zitten. Jij kunt vanuit de auto de lampen besturen.

Stap 2

Jouw vriend(in) kan nu een rondje om de auto lopen en kijken of alle verlichting werkt. Dit zijn de lampen die allemaal gecontroleerd moeten worden:

- Het stadslicht
- Het dimlicht
- Het grootlicht
- De richtingaanwijzers
- De mistlampen
- Het achteruitrijlicht
- Het derde remlicht
- Kentekenverlichting (indien van toepassing)

Als al deze lampen het doen, kun je veilig de weg op gaan! Indien er één of meerdere lampen niet aangaan, ben je genoodzaakt om deze te vervangen. Goed zicht is in alle omstandigheden van groot belang, maar zeker bij slechte weersomstandigheden.

En als je dan toch aan het controleren bent, kijk dan ook gelijk of jouw autoverlichting niet vuil is. Door vuilafzetting kun je namelijk 80% van de lichtopbrengst verliezen. Lees hier meer over hoe je jouw autolampen schoon kunt maken.

Comments are closed.